Dit is het meest oostelijk gelegen district van Suriname. En is onderverdeeld in zes ressorten: Albina, Galibi, Moengo, Moengo Tapoe, Patamacca en Wan Hatti.
In het noorden grenst het aan de Atlantische Oceaan, in het oosten aan de gelijknamige rivier de Marowijne. De rivier is meteen ook de grens met het land Frans-Guyana. Alleen in het westen aan de rivier de Cottica zijn plantages aangelegd.
Ten oosten van de plantages vestigden zich in de loop der eeuwen groepen gevluchte slaven, marrons genaamd. Hun nazaten wonen nog steeds in het gebied. In de koloniale tijd was het gebied het decor van de strijd tussen de machthebbers en de Marrons. Halverwege de 19e eeuw ontstond het stadje Albina, aan de oever van de Marowijne-rivier. In die tijd werd er veel naar goud gezocht in het gebied aan de bovenloop van de Marowijne en in de lawadelta. Albina werd een belangrijke plaats voor de goudzoekers die vanuit Paramaribo via zee naar het gebied reisden. Het is de grootste stad in dit district en ook de oversteekplaats naar Frans Guyana. Het district heeft veel geleden onder de binnenlandse oorlog in de jaren ’80. Dorpen zijn verwoest en veel bewoners zijn naar Frans Guyana gevlucht. Het district zit nu weer in de opbouwfase.
Het grootste deel van de bevolking bestaat uit Surinamers van Kreoolse afkomst overwegend boslandkreolen. Langs de rivieren de Marowijne, Lawa, Tapanahoni en de Cottica liggen verschillende boslandkreoolse dorpen. Verder zijn er nog kleine groepen van Indianen, Javanen en Chinezen. Het aantal inwoners van het distrikt Marowijne is geschat op 13.900 inwoners.
Het grensplaatsje Albina aan de Marowijnerivier vormt een schakel met Frans-Guyana
Het bauxietstadje Moengo was vroeger slechts bereikbaar over de rivier en is met Paramaribo verbonden door de Oost-westverbinding.
De economische activiteiten in het Marowijne gebied zijn bauxietwinning, goudwinning en handel met Frans Guyana.
Het distrikt Marowijne is een belangrijk mijnbouwgebied.
Galibi is de meest bekende toeristische bezienswaardigheid.